Ik ga op reis en ik neem mee

Bij de familie De Bruin is het een welbekend fenomeen: vakantiestress. Met groot respect kijk ik terug op de tijden dat mijn ouders het twee dagen volhielden in een auto zonder airco, navigatie en dvd-spelers aan de hoofdsteunen, maar mét totaal niet handzame Franse wegenkaart, mijn broer die constant zijn zusje pestte en ik, die al moest spugen als ik maar naar een auto kéék. Na alle haarspeldbochten, verkeerd genomen afslagen en gejengel op de achterbank moet het een flinke opluchting zijn geweest als we dan eindelijk op de plaats van bestemming aankwamen.

Sinds mijn veertiende heb ik geen zomervakanties meer doorgebracht onder de vleugel van paps en mams. Op m’n zestiende vertrokken we met een groepje meiden naar het veel te natte Renesse, en ik was zeventien toen ik (papa snapt nog steeds niet dat ie het goed vond) ging werken als propper aan de Spaanse Costa.

Hoewel ik inmiddels het werken, studeren, stage lopen en wonen in het buitenland van m’n bucket list kan strepen, heb ik nog nooit alleen de toerist uitgehangen. Rugzakje mee, niks reserveren en maar zien waar het schip strandt: dat moet ik ook nog eens meemaken voordat het echte leven na mijn studententijd begint.

Ergens in mei boekte ik daarom een retourtje Indonesië: een maand lang backpacken op Bali, Lombok en de Gili eilanden. Om de meest gestelde vraag van de afgelopen week nog maar eens te beantwoorden: “Ja, ik ga alleen”. Na zes jaar colleges, huiswerk, stages, kantooruren, verplichte familiebezoekjes, zweten in de sportschool, ja zeggen op dingen waar ik eigenlijk niet zo’n zin in had en stress over van alles en nog wat, is het straks vier weken Marloes-time. Cultuur snuiven, nieuwe mensen ontmoeten, surfen, tempels bezoeken, lekker eten, fietsen door de rijstvelden, zonnen, yoga lessen, snorkelen, genieten van massages en vooral: Alleen. Maar. Doen. Waar. IK. Zin. In. Heb.

Natuurlijk zijn er ook wat ‘nadelen’ aan zo’n reis. M’n backpack is straks afgeladen met malariapillen, diarreeremmers, pijnstillers, verbandjes en boekjes van de GGD over alle enge ziektes die ik kan krijgen. Vooral prettig aangezien één van de vaccinaties die ik nodig heb, momenteel niet leverbaar is: “Krijg de (buik)tyfus” wordt daar hopelijk geen werkelijkheid…

Natuurlijk maakt papa zich wel druk over de veiligheid van zijn kleine meisje, maar aangezien ik de afgelopen maanden extra heb getraind in de sportschool sta ik mijn vrouwtje wel. Meteen handig voor het sjouwen van die backpack, want van de standaard ‘zes paar schoenen voor acht dagen’ naar een paar slippers en gympies vormt ook nog een behoorlijke uitdaging. En had ik al verteld dat ze daar geen 3G hebben? Helaas heb ik het kaartleestalent van m’n moeder niet geërfd, maar met Google Maps is er eigenlijk toch ook geen redden aan. Gelukkig schijnen Balinezen hele behulpzame mensen te zijn.

Om een lang verhaal kort te maken: ik heb er zin in. En hoewel ik nu soms even in de stress schiet als ik me bedenk dat er dagen zullen zijn dat ik niet zo eenvoudig een slaapplaats kan vinden en dat ik waarschijnlijk aan de lopende band ga verdwalen, moet je maar zo denken: als ik straks, na een heerlijk ontbijt en een ontspannen ochtend aan het strand, zongebruind en totaal relaxed op een brommertje naar mijn volgende fantastische bestemming zit, maakt het allemaal Helemaal Niks meer uit.

Een reactie op “Ik ga op reis en ik neem mee

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s