Talent

Toen ik zes was, kon ik uren met mijn voetjes van de vloer op een skippybal zitten. Muisstil zat ik dan, met een stopwatch om mijn nek. Ik herinner me die foto nog wel, met zo’n foeilelijke groen-oranje-geel-roze maillot aan en een paardenstaart in m’n haar, glimlachend van oor tot oor. Wát een talent was ik toch, want niemand hield het langer vol dan ik.

Naast fervent skippybalzitter, bleek ik uit te blinken in stokpaardrijden, playbacken, sjoelen en koninginnedagoptochten. Zo leidde ik maarliefst twéé stokpaarden op van B tot ZZ (zowel springen als dressuur) en won ik steevast elke wedstrijd die ik organiseerde voor mijn stokpaardenvriendinnetjes. Samen met mijn vaste playbackmaatjes, werd ik zelfs playbackkampioen van heel Wezep op Koninginnedag 1999. Britney Spears was er niets bij.

Ik versloeg de stoerste jongen van de klas (voor zover je stoer bent op je elfde) met sjoelen in de finale van groep zeven, waarna ik afgevaardigd werd naar de “Wezepsche sjoelkampioenschappen”. Ik werd daar sjoelkampioen van Wezep, een droom die uitkwam. Hoewel…. de prijs die we wonnen als een van de origineelste deelnemers aan de koninginnedagoptocht was toch wel de kroon op mijn basisschooltijd. Maar daar had ik dan ook úúúren voor in een konijnenpak door het dorp moeten huppen.

Na mijn hoofdrol in de musical van groep acht waarbij ik als mager scharminkel de moddervette zestiger Nel Poldermans toch behoorlijk overtuigend neerzette, was het over en uit met mijn glorietijd. Ik was te groot voor de skippybal, ik paste niet meer in mijn konijnenpak en volgens mijn broer kon ik ‘nog geen bal vangen’. Daar heeft ie tot op de dag van vandaag gelijk in gehad.

Ik heb mijn zwemdiploma met bloed, zweet en tranen gehaald en na het afzwemmen nooit meer gedoken. Na drie keer afrijden had ik ein-de-lijk m’n rijbewijs; na drie maanden rijden zat er een behoorlijke kras op papa’s auto. En hoe hard ik ook trainde, ik zou nooit de volgende Anky worden.

Inmiddels heb ik wel geaccepteerd dat ik nergens in uitblink. Geconstateerd ook, dat het leven van een topsporter, popster of model ook niet altijd maar over rozen gaat. Ik ben “lekker gewoon gebleven”. Nu alleen nog huisje boompje beestje. Maar niet te hard van stapel lopen. Voorlopig is die verdwaalde kip van de buren in de tuin meer dan genoeg!